Zijdehoenders zijn rustige dieren, die zelden ziek zijn en goed op een wat kleinere oppervlakte gehouden kunnen worden. Een bijkomend voordeel is dat ze niet kunnen vliegen, een hekje van 50 cm is meestal voldoende om ze in de tuin te houden. Ze vechten nauwelijks, ook de hanen niet en zij kraaien in principe niet voordat ze echt zeker weten dat de zon is opgekomen.
Er is genoeg keus in kleuren en het fokken is een uitdaging want een zijdehoen heeft veel moeilijke kanten. Als u wat bijzonders in uw tuin wilt, dan zijn zijdehoenders of hun krielen een goede keus. Ze zijn rustig, aanhankelijk, mooi en het broeden en opvoeden van kuikens is probleemloos.
Zijdehoenders zijn de kleinste grote hoenders, eigenlijk een halfkriel. Ze hebben alles half: een klein baardje (bij de gebaarden), een klein kuifje, en een middelmatige voetbevedering. Om voor al dit halfs te compenseren hebben ze wel wat extra tenen. Ze hebben 5 tenen in plaats van de gebruikelijke 4.
Alles aan hun lichaam moet rond zijn en de bevedering is zacht. De huid is donker blauwkleurig en de oorlellen licht lazuurblauw. De ogen zijn groot en vol en bruin-zwart van kleur. De dieren hebben een kam in de vorm van een walnoot. De kam heeft geen kamdoorns en is donker purperkleurig. Ze wegen 1 tot 1,5 kg. De hanen zijn forser dan de hennen. Dit zelfde verhaal geldt ook voor de krielen. Alleen moeten die een stuk kleiner zijn, met een gewicht van circa 500 tot 700 gram. Zijdehoenkrielen horen bij de kleinste dwerghoenderrassen.
Zijdehoenders kwamen vroeger vooral voor in het wit, maar dat is inmiddels verleden tijd. Er zijn veel kleuren bijgekomen, maar de witte zijn vooral bij de krielen nog erg populair. Zijdehoenders zijn er in het wit, zwart, patrijs, zilverpatrijs, blauw, buff, koekoek, rood en parelgrijs. Aan andere kleuren, zoals bont, wordt nog gewerkt.